De kunstenaar is de handwerkman die zichzelf overtreft

Bauhaus directeur/docent Walter Gropins 1919

Vakman smid Niek Eikelenboom bracht mij de techniek maar vooral enthousiasme bij voor het mooie ambacht van smeden

Mijn smeedwerk omvat vuur,  ijzer , licht.  Ik onderzoek de mogelijkheden en varianten van zoiets eenvoudigs als een kandelaar. Een object dat gebruikt moet worden, geen sierstuk dat moet pronken op een vensterbank. De sporen van lekkende kaarsen geven straks een eigen identiteit, een afspiegeling van de gebruiker.

De werkstukken hebben basis elementen voorkomend in de natuur: ijzer, hout, steen. Zo ook de was voor de kaarsen. De vlam van een kaars complementeert het werkstuk met vuur. Het vuur dat het ijzer heeft gesmeed. Zo sluit een kringloop. Het zijn zaken die vergankelijkheid symboliseren : hout rot weg, ijzer roest, een kaars brandt op. En de steen ? Die verwijst naar de Japanse steenhouwer die zuchtte onder de felle zon.

In mijn composities voert eenvoud de boventoon. Ruwheid vergezelt het object. Toegevoegde speelse vormelementen doorbreken het strakke. Soms is er met opzet een foutje gemaakt om het ontwerp niet te gepolijst te maken maar ook bedoeld als een verrassende noot.

Naast de basiselementen in de natuur is ook de eenvoud van middeleeuwse voorwerpen een grote inspiratiebron. Impressies van vele reizen geven richting aan het ontwerp.  Het slaat een andere weg in dan alleen maar een kaarsenstandaard.

De kaars geeft licht, geeft inspiratie, geeft warmte, je treedt uit de duisternis en geeft je een moment om ergens bij stil te staan.